Psychotherapie

Wetenschappelijke basis

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat psychoanalytische psychotherapie een effectieve behandelvorm is bij een aantal specifieke psychiatrische aandoeningen bij volwassenen, waaronder depressie, angststoornissen, eetstoornissen, somatische en functioneel somatische stoornissen, middelenmisbruik en persoonlijkheidsstoornissen. Bij volwassenen worden drie grote vormen van psychodynamische psychotherapie onderscheiden, namelijk (a) kortdurende psychodynamische psychotherapie (< 35-40 sessies), (b) langerdurende psychodynamische psychotherapie, (> 40-50 sessies) en tenslotte (c) de klassieke psychoanalyse, een intensieve langerdurende variant van psychoanalytische therapie. Onderzoekt heeft aangetoond dat kortdurende psychodynamische therapie bij de genoemde aandoeningen even effectief is als andere empirisch ondersteunde vormen van psychotherapie. In vergelijking met medicatie leidt kortdurende psychodynamische therapie bovendien wellicht tot minder terugval op lange termijn. Kortdurende psychodynamische therapie en vooral de combinatie van kortdurende psychodynamische therapie en medicatie is dan ook vaak te verkiezen. Langerdurende psychoanalytische therapie lijkt vooral aangewezen bij complexe en vaak chronische psychische problemen, vooral omdat deze behandelvorm samengaat met behoud van en verdere verbetering op lange termijn. Hetzelfde geldt wellicht voor de klassieke psychoanalyse, hoewel hier duidelijk meer onderzoek vereist is. Ook bij kinderen en adolescenten is er toenemende evidentie voor de effectiviteit van psychodynamische behandelingen en interventies bij psychische en gedragsproblemen. Hoewel hiernaar meer onderzoek nodig is, bieden een aantal meta-analyses ook steun voor de kosteneffectiviteit van zowel kortdurende als langerdurende psychodynamische therapie, vooral op langere termijn.

Wetenschappelijk onderzoek laat ook steeds beter toe te begrijpen hoe psychoanalytische therapie werkt. Zoals bij alle vormen van psychotherapie ligt wellicht een complex samenspel van factoren aan de basis van de effecten van psychoanalytische therapie. Hierbij spelen naast niet-specifieke factoren, zoals het geven van hoop en steun, ook specifieke technieken en interventies een belangrijke rol. Daarnaast bepalen zowel patiënt- als therapeutfactoren het effect van psychoanalytische therapie, zoals bijvoorbeeld de motivatie van de patiënt en de competentie van de therapeut.

Op dit ogenblik richt wetenschappelijk onderzoek zich vooral op het verder onderzoeken van de effectiviteit en kosteneffectiviteit van verschillende vormen van psychoanalytische therapie bij verschillende aandoeningen. Daarnaast richt onderzoek zich op de identificatie van factoren die de werkzaamheid van psychoanalytische therapie bepalen en op de effecten van psychoanalytische therapie op het brein.

Onderzoek naar de effectiviteit van psychoanalytische behandelingen heeft ook geleid tot het nader omschrijven van de competenties die nodig zijn voor het uitoefenen van diverse vormen van psychoanalytische therapie. De omschrijving van deze competenties is erg belangrijk voor onderzoek naar de werkzame factoren in psychoanalytische therapie en voor opleidingsdoeleinden. Ze vormen ook een belangrijke basis voor het groeiend aantal in handleidingen beschreven (“manualized”) psychoanalytische behandelvormen

1. Algemene overzichten van de effectiviteit van psychoanalytische therapie

Hierna volgen systematische overzichten van de effectiviteit van psychoanalytische therapie. Voor individuele studies wordt verwezen naar de overzichten zelf en representatieve studies bij specifieke aandoeningen op deze website.

Luyten, P., Lowyck, B. (2017). De effectiviteit van psychoanalytische therapie. Tijdschrift Klinische Psychologie. [pdf]

Leichsenring, F., Luyten, P., Hilsenroth, Mark J, et al. (2015). Psychodynamic therapy meets evidence-based medicine:
a systematic review using updated criteria. Lancet Psychiatry 2015; 2: 648–60. [pdf]

Kort- en langerdurende therapie

Leichsenring, F., Abbas, A., Luyten, P., Hilsenroth, M., Rabung, S. (2013) The Emerging Evidence for Long-Term Psychodynamic Therapy [pdf]

Leichsenring, F., Abbass, A., Luyten, P., Hilsenroth, M., & Rabung, S. (2012). The emerging evidence for long-term psychodynamic therapy. Manuscript submitted for publication.[pdf]

Leichsenring, F., Kruse, J., & Rabung, S. (in press). Efficacy of psychodynamic psychotherapy in specific mental disorders: A 2010 update. In P. Luyten, L. C. Mayes, P. Fonagy, M. Target & S. J. Blatt (Eds.), Contemporary psychodynamic approaches to psychopathology. New York: The Guilford Press.

Shedler, J. (2010). The efficacy of psychodynamic psychotherapy. American Psychologist, 65(2), 98-109. [pdf]

Hau, S., & Leuzinger-Bohleber, M. (Eds.). (2006). Psychoanalytic Psychotherapy. A summary of empirical research. Berlin: DGPT. [pdf]

Midgley, N., & Kennedy, E. (in press). Psychodynamic psychotherapy for children and adolescents: A critical review of the evidence base. Journal of Child Psychotherapy. [pdf]

Kortdurende psychoanalytische therapie

De effectiviteit van verschillende varianten van kortdurende psychoanalytische therapie is het best onderzocht in vergelijking met andere vormen van psychoanalytische therapie, vooral omdat ze zich makkelijker lenen tot effectiviteitonderzoek. Onderzoek toont aan dat kortdurende psychoanalytische therapie effectief of wellicht effectief is bij depressie, angststoornissen (bijvoorbeeld paniekstoornis, gegeneraliseerde angststoornis, posttraumatische stress stoornis), eetstoornissen, somatische en functioneel somatische stoornissen, middelenmisbruik en persoonlijkheidsproblematiek. Kortdurende psychodynamische therapie hangt ook samen met duurzame effecten bij een aanzienlijk aantal patiënten. Deze effecten zijn grotendeels gelijkaardig aan die van andere bonafide behandelvormen (bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie of medicatie). Dat neemt niet weg dat kortdurende therapie bij een subgroep van patiënten, net als andere kortdurende psychotherapeutische en medicamenteuze behandelingen, samengaat met relatief hoge terugvalcijfers op lange termijn. Richtlijnen zijn het erover eens dat bij deze patiënten een langerdurende behandeling aangewezen is.

Abbass, A. A., Hancock, J. T., Henderson, J., & Kisely, S. R. (2006). Short-term psychodynamic psychotherapies for common mental disorders. Cochrane Database of Systematic Reviews: Reviews Issue 4, 18(4), CD004687. [pdf]

Lewis, A. J., Dennerstein, M., & Gibbs, P. M. (2008). Short-term psychodynamic psychotherapy: review of recent process and outcome studies. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry, 42, 445-455. [pdf]

Langerdurende psychoanalytische therapie

De effectiviteit van langerdurende varianten van psychoanalytische therapie is vooral onderzocht bij chronische en/of complexe psychische problematiek, zoals bij patiënten met ernstige en chronische depressie, vaak met comorbide angst- en persoonlijkheidsproblematiek, en bij ernstige persoonlijkheidsstoornissen, waaronder patiënten met een borderline persoonlijkheidstoornis. Langerdurende psychoanalytische therapie lijkt bij deze aandoeningen te leiden tot aanzienlijke en klinisch relevante effecten, vooral op lange termijn. Er is ook groeiende evidentie dat langerdurende psychodynamische therapie samenhangt met verdere verbetering in het functioneren van patiënten na het einde van de therapie.

Leichsenring, F., & Rabung, S. (2008). Effectiveness of long-term psychodynamic psychotherapy: A meta-analysis. Journal of the American Medical Association, 300(13), 1551-1565. [pdf]

Leichsenring, F., & Rabung, S. (2011). Long-term psychodynamic psychotherapy in complex mental disorders: update of a meta-analysis. The British Journal of Psychiatry, 199(1), 15-22. [pdf]

Psychoanalyse

Psychoanalyse is de minst onderzochte vorm van psychoanalytische therapie omwille van de lange duur, de hoge frequentie en de complexiteit van de behandeling, waardoor deze zich minder gemakkelijk leent tot effectiviteitonderzoek. Dat neemt niet weg dat uit een recente meta-analyse blijkt dat deze vorm van behandeling bij complexe en chronische problemen aangewezen kan zijn en vooral op lange termijn resulteert in positieve effecten. Meer onderzoek is echter aangewezen, vooral gezien de variabiliteit in de onderzochte behandelingen.

de Maat, S., De Jonghe, F., de Kraker, R., Leichsenring, F., Abbass, A., Luyten, P., et al. (2011). The effectiveness of Psychoanalysis: A comparison between Psychoanalysis (PA) and Long-Term Psychoanalytic Psychotherapy (LTPP). Manuscript submitted for publication.

2. De effectiviteit van psychoanalytische therapie bij specifieke stoornissen

Depressie

Luyten, P. (2014). Finally moving beyond the horse race: CBT and psychodynamic therapy equally effective for depression. Evidence Based Mental Health. doi: 10.1136/eb-2014-101770

Abbass, A., Town, J., & Driessen, E. (2011). The Efficacy of Short-Term Psychodynamic Psychotherapy for Depressive Disorders with Comorbid Personality Disorder. Psychiatry: Interpersonal and Biological Processes, 74(1), 58-71. [pdf]

Driessen, E., Cuijpers, P., de Maat, S. C. M., Abbass, A. A., de Jonghe, F., & Dekker, J. J. M. (2010). The efficacy of short-term psychodynamic psychotherapy for depression: A meta-analysis. Clinical Psychology Review, 30(1), 25-36. [pdf]

Luyten, P., & Blatt, S. J. (in press). Psychodynamic treatment of depression. Psychiatric Clinics of North America.

Angststoornissen

Pitman, S., Slavin-Mulford, J., & Hilsenroth, M. (2014). Psychodynamic Techniques Related to Outcome for Anxiety
Disorder Patients at Different Points in Treatment. The Journal of Mental and Nervous Disease, 202(5), 391-396. [pdf]

Crits-Christoph, P., Connolly Gibbons, M. B., Narducci, J., Schamberger, M., & Gallop, R. (2005). Interpersonal problems and the outcome of interpersonally oriented psychodynamic treatment of GAD. Psychotherapy: Theory, Research, Practice, Training, 42, 211-224. [pdf]

Bögels, S. M., Wijts, P., & Sallaerts, S. (2003). Analytic psychotherapy versus cognitive-behavioral therapy for social phobia. In EABCT Congress. Prague.

Brom, D., Kleber, R. J., & Defares, P. B. (1989). Brief psychotherapy for posttraumatic stress disorders. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 57, 607-612. [pdf]

Knekt, P., Lindfors, O., Härkänen, T., Välikoski, M., Virtala, E., Laaksonen, M. A., et al. (2008). Randomized trial on the effectiveness of long-and short-term psychodynamic psychotherapy and solution-focused therapy on psychiatric symptoms during a 3-year follow-up. Psychological Medicine, 38(05), 689-703. [pdf]

Knijnik, D. Z., Kapczinski, F., Chachamovich, E., Margis, R., & Eizirik, C. L. (2004). Psychodynamic group treatment for generalized social phobia. Revista Brasileira de Psiquiatria, 26, 77-781. [pdf]

Leichsenring, F., Salzer, S., Jager, U., Kächele, U., Kreische, R., Leweke, F., Rüger, U., Winkelbach, C., & Leibing, E. (2009). Short-term psychodynamic psychotherapy and cognitive-behavioral therapy in generalized anxiety disorder: A randomized controlled trial American Journal of Psychiatry, 875-881. [pdf]

Nolting, B., Pöhlmann, K., Salzer, S., Schauenburg, H., Stangier, U., Strauss, B., Subic-Wrana, C., Vormfelde, S., Weniger, G., Willutzki, U., Wiltink, J., & Leibing, E. (2009). The Social Phobia Psychotherapy Research Network (SOPHO-NET) - The first multi-center randomized controlled trial of psychotherapy for social phobia: rationale, methods and patient characteristics. Psychotherapy and Psychosomatics, 35-41.

Milrod, B., Leon, A. C., Busch, F., Rudden, M., Schwalberg, M., John Clarkin, J., et al. (2007). A randomized controlled clinical trial of psychoanalytic psychotherapy for panic disorder. American Journal of Psychiatry, 164(2), 265-272. [pdf]

Salzer, S., Winkelbach, C., Leweke, F., Leibing, E., & Leichsenring , F. (2011). Long-term effects of short-term psychodynamic psychotherapy and cognitive-behavioural therapy in generalized anxiety disorder: 12-month follow-up. Canadian Journal of Psychiatry, 56(8), 503-508. [pdf]

Somatische en functioneel somatische aandoeningen

Abbass, A., Kisely, S., & Kroenke, K. (2009). Short-Term Psychodynamic Psychotherapy for Somatic Disorders. Psychotherapy and Psychosomatics, 78(5), 265-274. [pdf]

Eetstoornissen

Bachar, E., Latzer, Y., Kreitler, S., & Berry, E. M. (1999). Empirical comparison of two psychological therapies. Self psychology and cognitive orientation in the treatment of anorexia and bulimia. Journal of Psychotherapy Practice and Research, 8, 115-128. [pdf]

Dare, C., Eisler, I., Russel, G., Treasure, J., & Dodge, L. (2001). Psychological therapies for adults with anorexia nervosa. Randomised controlled trial of out-patient treatments. British Journal of Psychiatry, 178, 216-221. [pdf]

Fairburn, C. G., Kirk, J., O'Connor, M., & Cooper, P. J. (1986). A comparison of two psychological treatments for bulimia nervosa. Behaviour Research and Therapy, 24, 629-643. [pdf]

Fairburn, C. G., Norman, P. A., Welch, S. L., O'Connor, M. E., Doll, H. A., & Peveler, R. C. (1995). A prospective study of outcome in bulimia nervosa and the long-term effects of three psychological treatments. Archives of General Psychiatry, 52, 304-312.

Garner, D. M., Rockert, W., Davis, R., Garner, M. V., Olmsted, M. P., & Eagle, M. (1993). Comparison of cognitive-behavioral and supportive-expressive therapy for bulimia nervosa. American Journal of Psychiatry, 150, 37-46.

Gowers, D., Norton, K., Halek, C., & Vrisp, A. H. (1994). Outcome of outpatient psychotherapy in a random allocation treatment study of anorexia nervosa. International Journal of Eating Disorders, 15, 165-177.

Tasca, G. A., Ritchie, K., Conrad, G., Balfour, L., Gayrton, J., Lybanon, V., & Bissada, H. (2006). Attachment scales predict outcome in a randomized clinical trial of group psychotherapy for binge eating disorder: An aptitude by treatment interaction. Psychotherapy Research, 16, 106-121. [pdf]

Wild, B., Friederich, H.-C., Gross, G., Teufel, M., Herzog, W., Giel, K., et al. (2009). The ANTOP study: Focal psychodynamic psychotherapy, cognitive-behavioural therapy, and treatment-as-usual in outpatients with anorexia nervosa - a randomized controlled trial. Trials, 10(1), 23. [pdf]

Middelenmisbruik

Crits-Christoph, P., Siqueland, L., Blaine, J., Frank, A., Luborsky, L., Onken, L. S., Muenz, L. R., Thase, M. E., Weiss, R. D., Gastfriend, D. R., Woody, G. E., Barber, J. P., Butler, S. F., Daley, D., Salloum, I., Bishop, S., Najavits, L. M., Lis, J., Mercer, D., Griffin, M. L., Moras, K., & Beck, A. T. (1999). Psychosocial treatments for cocaine dependence: National Institute on Drug Abuse Collaborative Cocaine Treatment Study. Archives of General Psychiatry, 56, 493-502.

Crits-Christoph, P., Siqueland, L., McCalmont, E., Weiss, R. D., Gastfriend, D. R., Frank, A., Moras, K., Barber, J. P., Blaine, J., & Thase, M. E. (2001). Impact of psychosocial treatments on associated problems of cocaine-dependent patients. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 69, 825-830.

Sandahl, C., Herlitz, K., Ahlin, G., & Rönnberg, S. (1998). Time-limited group psychotherapy for moderately alcohol dependent patients: A randomized controlled clinical trial. Psychotherapy Research, 8, 361-378.

Woody, G. E., Luborsky, L., McLellan, A. T., & O'Brien, C. P. (1990). Corrections and revised analyses for psychotherapy in methadone maintenance patients. Archives of General Psychiatry, 47, 788-789.

Woody, G. E., Luborsky, L., McLellan, A. T., & O'Brien, C. P. (1995). Psychotherapy in community methadone programs: a validation study. American Journal of Psychiatry, 152, 1302-1308.

Woody, G. E., Luborsky, L., McLellan, A. T., O'Brien, C. P., Beck, A. T., Blaine, J., Herman, I., & Hole, A. (1983). Psychotherapy for opiate addicts: Does it help? Archives of General Psychiatry, 40, 639-645.

Persoonlijkheidsstoornissen

Abbass, A., Town, J., & Driessen, E. (2011). The Efficacy of Short-Term Psychodynamic Psychotherapy for Depressive Disorders with Comorbid Personality Disorder. Psychiatry: Interpersonal and Biological Processes, 74(1), 58-71.

Leichsenring, F. (2010). Evidence for psychodynamic psychotherapy in personality disorders: A review. In J. F. Clarkin, P. Fonagy & G. O. Gabbard (Eds.), Psychodynamic psychotherapy for personality disorders. A clinical handbook (pp. 421-437). Washington, DC: American Psychiatric Publishing.

Leichsenring, F., & Leibing, E. (2003). The Effectiveness of Psychodynamic Therapy and Cognitive Behavior Therapy in the Treatment of Personality Disorders: A Meta-Analysis. American Journal of Psychiatry, 160(7), 1223-1232. [pdf]

Leichsenring, F., Leibing, E., Kruse, J., New, A. S., & Leweke, F. (2011). Borderline personality disorder. The Lancet, 377(9759), 74-84. [pdf]

Town, J. M., Abbass, A., & Hardy, G. (2011). Short-term psychodynamic psychotherapy for personality disorders: A critical review of randomized controlled trials. Journal of Personality Disorders, 25(6), 723-740. [pdf]

Psychodiagnostische methodologie

Vliegen, N., Hannes, K., Meurs, P. (2017). De complexiteit van klinische psychodiagnostiek vraagt methodologische diversiteit. [pdf]

3. Kinderen en adolescenten

Cicchetti, D., Rogosch, F. A., & Toth, S. L. (2006). Fostering secure attachment in infants in maltreating families through preventative interventions. Development and Psychopathology, 18, 623-649. [pdf]

Goodyer, I., Tsancheva, S., Byford, S., Dubicka, B., Hill, J., Kelvin, R., et al. (2011). Improving mood with psychoanalytic and cognitive therapies (IMPACT): A pragmatic effectiveness superiority trial to investigate whether specialised psychological treatment reduces the risk for relapse in adolescents with moderate to severe unipolar depression: study protocol for a randomised controlled trial. Trials, 12(1), 175. [pdf]

Kennedy, E., & Midgley, N. (2007). Process and outcome research in child, adolescent and parent-infant psychotherapy: A thematic review. London: North Central London Strategic Health Authority. [pdf]

Lieberman, A. F., Van Horn, P., Ghosh Ippen, C. (2005). Toward Evidence-Based Treatment: Child–Parent Psychotherapy with Preschoolers Exposed to Marital Violence. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 44, 12, 1241-1248. [pdf]

Midgley, N., & Kennedy, E. (in press). Psychodynamic psychotherapy for children and adolescents: A critical review of the evidence base. Journal of Child Psychotherapy. [pdf]

Toth, S. L., Rogosch, F. A., Manly, J. T., & Cicchetti D. (2006). The efficacy of toddler-parent psychotherapy to reorganize attachment in the young offspring of mothers with major depressive disorder: A randomized preventive trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 74,1006-1016. [pdf]

Trowell, J., Joffe, I., Campbell, J., Clemente, C., Almqvist, F., Soininen, M., et al. (2007). Childhood depression: A place for psychotherapy. An outcome study comparing individual psychodynamic psychotherapy and family therapy. European Child and Adolescent Psychiatry, 16(3), 157-167. [pdf]

4. Kosteneffectiviteit

Hoewel meer onderzoek nodig is, blijkt uit een recente meta-analyse duidelijk dat kortdurende psychodynamische therapie een kosteneffectieve behandeling is. Ook langerdurende psychoanalytische therapie lijkt een kosteneffectieve behandeling bij een aantal chronische aandoeningen. Een meta-analyse van 7 studies laat bijvoorbeeld zien dat bij lange termijn follow-up (2.9 jaar) langerdurende psychoanalytische therapie samenhangt met een reductie in het aantal dagen opname van 59%, 56% in medische consultaties en 67% in ziektedagen (de Maat et al., 2007).

Abbass, A., Driessen, E., & Town, J. (2011). Cost-effectiveness of intensive short-term dynamic psychotherapy. Manuscript submitted for publication.

Berghout, C. C., Zevalkink, J., & Hakkaart-Van Roijen, L. (2010). The Effects of Long-Term Psychoanalytic Treatment on Healthcare Utilization and Work Impairment and Their Associated Costs. Journal of Psychiatric Practice, 16(4), 209-216. [pdf]

Berghout, C. C., Zevalkink, J., & Hakkaart-van Roijen, L. (2010). A cost-utility analysis of psychoanalysis versus psychoanalytic psychotherapy. International Journal of Technology Assessment in Health Care, 26(1), 3-10. [pdf]

de Maat, S., Philipszoon, F., Schoevers, R., Dekker, J., & De Jonghe, F. (2007). Costs and Benefits of Long-Term Psychoanalytic Therapy: Changes in Health Care Use and Work Impairment. Harvard Review of Psychiatry, 15(6), 289-300. [pdf]

5. Hoe werkt psychoanalytische therapie?

Het is nog vrij onduidelijk hoe psychotherapie, inclusief psychoanalytische therapie, precies werkt. Dat neemt niet weg dat er een vrij grote consensus bestaat dat de effectiviteit van psychotherapie bepaald wordt door een complex samenspel van factoren. Hiertoe behoren factoren die alle effectieve vormen van therapie gemeenschappelijk hebben (zoals bijvoorbeeld het geven van steun en hoop), en aspecten die specifiek zijn voor een bepaalde therapeutische richting (zoals de klemtoon op het verband tussen verleden en heden in psychoanalytische therapie, of een focus op het inzicht krijgen in relationele patronen die zich herhalen). Daarnaast spelen ook patiënt, relatie- en therapeutfactoren een rol. Een aantal representatieve studies en overzichten rond de werking van psychoanalytische therapie, inclusief studies rond de effecten op het brein, kan men terugvinden in:

Beutel, M. E., Stark, R., Pan, H., Silbersweig, D., & Dietrich, S. (2010). Changes of brain activation pre- post short-term psychodynamic inpatient psychotherapy: An fMRI study of panic disorder patients. Psychiatry Research, 184(2), 96-104. [pdf]

Blagys, M., & Hilsenroth, M. (2000). Distinctive features of short-term psychodynamic-interpersonal psychotherapy: A review of the comparative psychotherapy process-literature. Clinical Psychology: Science and Practice, 7, 167-188. [pdf]

de Greck, M., Scheidt, L., Bälter, A. F., Frommer, J., Ulrich, C., Stockum, E., et al. (2011). Multimodal psychodynamic psychotherapy induces normalization of reward related activity in somatoform disorder. World Journal of Biological Psychiatry, 12(4), 296-308. [pdf]

Diener, M. J., Hilsenroth, M., & Weinberger, J. (2007). Therapist affect focus and patient outcomes in psychodynamic psychotherapy: A meta-analysis. American Journal of Psychiatry, 164, 936-941. [pdf]

Hilsenroth, M., Ackerman, S. J., Blagys, M. D., Baity, M. R., & Mooney, M. A. (2003). Short-term psychodynamic psychotherapy for depression: An examination of statistical, clinically significant, and technique-specific change. Journal of Nervous and Mental Disease, 191(6), 349-357. [pdf]

Hoglend, P., Amlo, S., Marble, A., Bogwald, K. P., Sorbye, O., Sjaastad, M. C., et al. (2006). Analysis of the patient-therapist relationship in dynamic psychotherapy: An experimental study of transference interpretations. American Journal of Psychiatry, 163(10), 1739-1746. [pdf]

Hoglend, P., Bogwald, K.-P., Amlo, S., Marble, A., Ulberg, R., Sjaastad, M. C., et al. (2008). Transference Interpretations in Dynamic Psychotherapy: Do They Really Yield Sustained Effects? American Journal of Psychiatry, 165(6), 763-771. [pdf]

Johansson, P., Hoglend, P., Ulberg, R., Bogwald, K. P., Amlo, S., Marble, A., et al. (2010). The mediating role of insight for long-term improvements in psychodynamic therapy. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 78(3), 438-448. [pdf]

Kennedy, E., & Midgley, N. (2007). Process and outcome research in child, adolescent and parent-infant psychotherapy: A thematic review. London: North Central London Strategic Health Authority. [pdf]

Leichsenring, F., & Leibing, E. (2007). Psychodynamic psychotherapy: A systematic review of techniques, indications and empirical evidence. Psychology and Psychotherapy: Theory, Research and Practice, 80(2), 217-228. [pdf]

Levy, R. A., & Ablon, S. A. (2009). Handbook of evidence based psychodynamic psychotherapy. Bridging the gap between science and practice. New York: Humana Press/Springer.

Lewis, A. J., Dennerstein, M., & Gibbs, P. M. (2008). Short-term psychodynamic psychotherapy: review of recent process and outcome studies. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry, 42, 445-455. [pdf]

Luyten, P., Blatt, S. J., & Mayes, L. C. (in press). Process and outcome in psychoanalytic psychotherapy research: The need for a (relatively) new paradigm. In R. A. Levy, J. S. Ablon & H. Kächele (Eds.), Handbook of Evidence-Based Psychodynamic Psychotherapy. Bridging the Gap Between Science and Practice (2nd ed.). New York: Humana Press/Springer.

Shedler, J. (2010). The efficacy of psychodynamic psychotherapy. American Psychologist, 65(2), 98-109. [pdf]

6. Overzicht van in handleidingen omschreven (“manualized”) psychoanalytische behandelingen

Bateman, A. W., & Fonagy, P. (2006). Mentalization Based Treatment for Borderline Personality Disorder: A Practical Guide. Oxford: Oxford University Press.

Clarkin, J. F., Yeomans, F. E., & Kernberg, O. F. (2006). Psychotherapy for Borderline Personality. Focusing on Object Relations (2nd ed.). Washington: American Psychiatric Publishing.

Davanloo, H. (Ed.). (1980). Short-Term Dynamic Psychotherapy. New York: Jason Aronson.

Leichsenring F, Beutel M, Leibing E. Psychodynamic psychotherapy for social phobia: A treatment manual based on SE therapy. Bulletin of the Menninger Clinic; 2007;71:(1):56-83

Leichsenring F, Winkelbach C, Leibing E. Psychoanalytisch orientierte Fokaltherapie der Generalisierten Angststörung - ein Manual [Psychoanalytic oriented focal therapy of generalized anxiety disorder]. Psychotherapeut; 2005;50:258–264

Lemma, A., Target, M., & Fonagy, P. (2011). Brief dynamic interpersonal therapy. A clinician's guide. Oxford: Oxford University Press.

Luborsky, L. (1984). Principles of Psychoanalytic Psychotherapy: A Manual for Supportive-Expressive (SE) Treatment. New York: Basic Books.

Mann, J. (1973). Time-limited psychotherapy. Cambridge, MA: Harvard University Press.

Marziali, E. and Munroe-Blum, H. (1994) Interpersonal Group Psychotherapy for Borderline Personality Disorder. New York: Basic Books

McCullough L, Kuhn N, Andrews S, Kaplan A, Wolf J, Hurley C. Treating Affect Phobia: A Manual for Short Term Dynamic Psychotherapy. New York, NY: Guilford Press; 2003.

Midgley et al. (2009). Short term psychoanalytic psychotherapy for adolescents with moderate or severe depression. A treatment manual. Unpublished manuscript.

Milrod BL, Busch FN, Cooper AM, Shapiro T. Manual of panic-focused psychodynamic psychotherapy. Washington: American Psychiatric Press; 1997.

Piper WE, Joyce AS, McCallum M, Azim HF, Ogrodniczuk JS. Interpretive and Supportive Psychotherapies: Matching Therapy and Patient Personality. Washington, DC: American Psychological Association; 2002.

Gregory RJ, Remen AL. A manual-based psychodynamic therapy for treatment-resistant borderline personality disorder. Psychotherapy: Theory, Research, Practice, Training; 2008;45:15-27

Rockland, LH. Supportive Psychotherapy for Borderline Patients: a Psychodynamic Approac. New York: Guilford; 1992

Sifneos, P. E. (1992). Short-term anxiety-provoking psychotherapy. New York: Basic Books.

Strupp, H. H., & Binder, J. L. (1984). Psychotherapy in a new key: A guide to time-limited dynamic psychotherapy. New York: Basic Books.

Tasca, G., Mikail, S., & Hewitt, P. (2002). Group psychodynamic interpersonal psychotherapy: A manual for time limited treatment of Binge Eating Disorder. Unpublished manuscript.

Trowell, J., Joffe, I., Campbell, J., Clemente, C., Almqvist, F., Soininen, M., et al. (2007). Childhood depression: A place for psychotherapy. An outcome study comparing individual psychodynamic psychotherapy and family therapy. European Child and Adolescent Psychiatry, 16(3), 157-167.

7. Overzicht van competenties voor psychoanalytische therapie

You are viewing the text version of this site.

To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.

Need help? check the requirements page.


Get Flash Player